Fiscaliteit

Liquidatiereserve of VVPR-bis: wat kiest uw vennootschap?

Liquidatiereserve en VVPR-bis zijn twee Belgische regelingen om onder voorwaarden winst uit een kleine vennootschap uit te keren. Bij nieuwe liquidatiereserves na de wachttermijn en bij volledig kwalificerende VVPR-bis-dividenden bedraagt de bijkomende belastingdruk momenteel 18% van de winst na gewone vennootschapsbelasting. De voorwaarden, betaalmomenten en regels voor oude reserves verschillen. Begin daarom bij uw aandelen en reservehistoriek, niet alleen bij het percentage.

Door Pensioen Masters · Gepubliceerd
Inhoud bijgewerkt op

Wat is het verschil tussen liquidatiereserve en VVPR-bis?

Een liquidatiereserve wordt per boekjaar gevormd uit de boekhoudkundige winst na belastingen, met een afzonderlijke aanslag van 10% op het aangelegde reservebedrag. Bij VVPR-bis is het gunsttarief gekoppeld aan kwalificerende aandelen uit een inbreng in geld. Er is geen overeenkomstige heffing bij de reservering van de winst.

De liquidatiereserve heeft per aangelegde reserve een eigen wachttermijn. Bij VVPR-bis kijkt u naar het boekjaar van de inbreng en de daaropvolgende winstverdelingen. Zodra de toepasselijke termijn verstreken is, begint niet voor elke jaarlijkse winst een nieuwe identieke wachttijd, zolang de overige voorwaarden vervuld blijven.

Deze vergelijking betreft een Belgische vennootschap en een gewone uitkering aan een Belgische particuliere aandeelhouder. Ze gaat niet over het Nederlandse box 2-stelsel, een holdingvrijstelling of grensoverschrijdende dividendverdragen.

Welke tarieven gelden voor een uitkering vandaag?

Sinds 1 juli 2026 bedraagt het verlaagde VVPR-bis-tarief na de volledige wachttermijn 18%. Voor nieuwe liquidatiereserves geldt na minstens drie jaar 9,8% roerende voorheffing, bovenop de 10% aanslag bij aanleg. Die percentages worden op verschillende bedragen berekend.

Bij liquidatiereserves is de afsluitdatum van het betrokken boekjaar bepalend. Boekjaren die uiterlijk op 30 december 2025 eindigen, vallen onder het oude regime. Een reserve voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 valt al onder het nieuwe regime. De gewijzigde regels voor liquidatiereserves zijn van toepassing vanaf 11 juni 2026.

  • Oude reserve, minstens drie maar minder dan vijf jaar behouden: 6,5% roerende voorheffing.
  • Oude reserve, minstens vijf jaar behouden: 5% roerende voorheffing.
  • Nieuwe reserve, minstens drie jaar behouden: 9,8% roerende voorheffing. Vijf jaar wachten geeft voor die reserve geen 5%-tarief.
  • Nieuwe reserve, minder dan drie jaar behouden: in beginsel 30% roerende voorheffing, terwijl de heffing bij aanleg al betaald is.

Bij een oudere reserve die nog geen drie jaar behouden is, geldt in het gebruikelijke regime 20% roerende voorheffing. Zeer oude overgangsreserves verdienen een afzonderlijke controle. Een gewoon dividend zonder gunstregeling valt in beginsel onder 30%.

Bron: Programmawet van 30 mei 2026, artikelen 13 tot en met 18. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Bron: FOD Financiën: verduidelijking van de grensdatum voor formulier 275 A. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Voldoen uw aandelen aan de VVPR-bis-voorwaarden?

Dat blijkt uit de inbreng en de aandelenhistoriek, niet alleen uit de leeftijd of rechtsvorm van de vennootschap. Laat uw accountant het volledige dossier controleren voordat u het verlaagde tarief toepast.

  • Was de vennootschap klein volgens de toepasselijke criteria op het ogenblik van de inbreng?
  • Gaat het om nieuwe aandelen op naam, uitgegeven voor een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013?
  • Is de inbreng volledig volgestort wanneer het dividend wordt toegekend?
  • Voldoen de aandeelhouders, het ononderbroken bezit en de rechten van de aandelen aan de voorwaarden?
  • Hebben overdrachten, schenkingen, kapitaalverrichtingen of wijzigingen aan de aandelenrechten gevolgen?

Het volle gunsttarief geldt voor dividenden uit de winstverdeling van het derde boekjaar na dat van de inbreng en latere winstverdelingen. Voor geldinbrengen tot en met 31 december 2025 kan onder voorwaarden nog 20% gelden voor de winstverdeling van het tweede volgende boekjaar. Die tussenstap verdwijnt voor inbrengen vanaf 1 januari 2026.

Tel dus boekjaren en controleer de vorm van de uitkering. “Drie jaar na oprichting” is geen voldoende nauwkeurige betaalinstructie. Een tussentijds dividend en een gewone winstverdeling vragen elk de juiste juridische en boekhoudkundige onderbouwing.

Bron: Programmawet van 18 juli 2025: aanpassing van artikel 269 WIB 92. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Hoeveel houdt u netto over op dezelfde winstbasis?

Met €110.000 beschikbare winst na gewone vennootschapsbelasting, maar vóór de eventuele afzonderlijke aanslag, houdt u in de twee nieuwe gunstregimes nominaal €90.200 over. Dat gelijke eindbedrag zegt nog niets over het tijdstip waarop het geld beschikbaar wordt.

Eigen rekenvoorbeeld: €110.000 na gewone vennootschapsbelasting
RouteAanslag bij aanlegBasis voor uitkeringRoerende voorheffingNetto privé
VVPR-bis na volledige wachttermijn€0€110.00018% = €19.800€90.200
Nieuwe liquidatiereserve na minstens 3 jaar€10.000€100.0009,8% = €9.800€90.200
Gewoon dividend zonder gunstregeling€0€110.00030% = €33.000€77.000
Nieuwe liquidatiereserve vóór 3 jaar€10.000€100.00030% = €30.000€70.000

Voor de reserve deelt u €110.000 door 1,10: €100.000 reserve plus €10.000 afzonderlijke aanslag. De totale bijkomende heffing bij de uitkering na drie jaar is €19.800 / €110.000 = 18%. U mag 10% en 9,8% dus niet eenvoudig optellen tot 19,8%.

De gewone vennootschapsbelasting zit niet in dat percentage van 18%. Fictief: bij €100.000 winst vóór vennootschapsbelasting en een verondersteld tarief van 25% blijft eerst €75.000 over. Na vervolgens 18% uitkeringsheffing resteert €61.500. De gecombineerde druk is dan 38,5%, niet 18%.

Aannames: volledig kwalificerende uitkeringen onder de regels gecontroleerd op 30 september 2026, zonder rendement, inflatie of bijkomende kosten. Toekomstige tarieven kunnen wijzigen. Dit is een vergelijking van geldstromen, geen individuele fiscale berekening.

Wanneer begint de wachttermijn van een liquidatiereserve?

De termijn loopt vanaf de laatste dag van het belastbare tijdperk waarvoor de reserve wordt aangelegd. Het moment waarop de algemene vergadering de jaarrekening goedkeurt, vervangt die startdatum niet.

  • Boekjaar afgesloten op 31 december 2024: een reserve voor dat boekjaar valt onder de oude regeling. Na het verstrijken van drie jaar kan 6,5% gelden; na vijf jaar 5%.
  • Boekjaar afgesloten op 31 december 2025: een reserve voor dat boekjaar valt onder de nieuwe regeling. Na het verstrijken van drie jaar geldt volgens de huidige wet 9,8%, ook als de aanleg pas bij de jaarrekeningbespreking in 2026 is beslist.

Laat de precieze eerste uitkeringsdatum bevestigen en leg per reserve de afsluitdatum, aanslag, resterend bedrag en mogelijke uitkeringsmomenten vast. Een wijziging van de afsluitdatum vanaf 24 november 2025 wordt voor deze overgang in beginsel genegeerd, behalve wanneer ze hoofdzakelijk door andere dan fiscale motieven is verantwoord.

Bron: Programmawet van 18 juli 2025: behoudtermijnen. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Bron: Programmawet van 30 mei 2026: overgang en afsluitdatum. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Moet het geld drie jaar ongebruikt op een rekening blijven staan?

Nee. Een liquidatiereserve is een afzonderlijk gevolgde post in het eigen vermogen, geen verplicht geblokkeerde bankrekening. De vennootschap kan middelen gebruiken binnen haar activiteiten of passend beleggen, maar moet de reservevoorwaarden en haar toekomstige betalingsverplichtingen respecteren.

Daarom zijn “€100.000 reserve geboekt” en “€100.000 beschikbaar om uit te keren” twee verschillende vaststellingen. Geld kan intussen vastzitten in een belegging, voorraad, vordering of vastgoed. Een beleggingsverlies kan de ruimte voor een latere uitkering verminderen.

Vergelijk wachten en direct uitkeren op dezelfde einddatum. Neem het mogelijke nettorendement binnen de vennootschap én privé mee, samen met kosten, belastingen en risico. Inflatie alleen bewijst niet welke route voordeliger is. Een lening via rekening-courant maakt er evenmin een belastingvrije uitkering van: er ontstaat een schuld met eigen voorwaarden.

Wat gebeurt er bij de vereffening van uw vennootschap?

Bij een werkelijke vereffening kan een correct aangelegde liquidatiereserve zonder bijkomende roerende voorheffing worden uitgekeerd. De afzonderlijke aanslag bij aanleg is wel al betaald. Bij €100.000 reserve en €10.000 eerdere aanslag is die eerdere last 9,09% van de gezamenlijke €110.000.

Dat is geen algemene belofte dat stoppen en opnieuw beginnen onbelast kan. De programmawet van 30 mei 2026 bevat een specifieke antimisbruikregel voor onder meer een aandeelhouder die binnen drie jaar rechtstreeks of onrechtstreeks bedrijfsleider wordt bij een vennootschap die dezelfde of soortgelijke activiteiten voortzet. De wet voorziet een beoordeling van de motieven en voorwaarden.

Laat een vereffenings- of herstartplan afzonderlijk onderzoeken. De keuze verandert ook wanneer u de onderneming wilt verkopen of overdragen in plaats van vereffenen.

Bron: Programmawet van 30 mei 2026, artikel 13: liquidatie en antimisbruik. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Hoe kiest u tussen oude reserves, nieuwe winst en VVPR-bis?

Maak eerst onderscheid tussen een beslissing over nieuwe winst en een reeds betaalde heffing op bestaande reserves. Voor een oude liquidatiereserve is de afzonderlijke aanslag al gebeurd; vergelijk dan vooral de resterende wachttijd en de aanvullende heffing.

  • Nieuwe winst en rijpe VVPR-bis-aandelen: onderzoek VVPR-bis eerst, omdat geen voorafgaande reserveheffing nodig is. Behoud voldoende werkkapitaal.
  • Geen kwalificerende VVPR-bis-aandelen: bekijk of een liquidatiereserve aanleggen past bij de verwachte uitkeringsdatum en het liquiditeitsplan.
  • Een oude reserve van €100.000 is drie jaar oud: 6,5% nu geeft €93.500; 5% na vijf jaar geeft €95.000. De nominale winst van langer wachten is €1.500. Zet daar twee jaar extra wachten, mogelijke opbrengsten en uw geldbehoefte naast.
  • U hebt snel privé geld nodig: vergelijk alle beschikbare uitkeerbare reserves en de voorwaarden. Een nieuwe reserve vervroegd aanspreken kan door de al betaalde aanslag duurder zijn dan een gewoon dividend.
  • U denkt aan stoppen: toets vereffening en eventuele voortzetting aan de specifieke regels, in plaats van alleen een nultarief te bekijken.

Deze afweging hoort bij uw loonoptimalisatie als bedrijfsleider en fiscale planning van de vennootschap. Dividend vervangt niet automatisch elk onderdeel van uw bezoldiging of pensioenopbouw.

Welke controles zijn nodig vóór de uitkering?

Controleer naast het fiscale tarief ook of de vennootschap de uitkering juridisch en financieel kan dragen. Bij een BV gelden de nettoactieftest en de liquiditeitstest. De vennootschap moet na de uitkering haar opeisbare schulden gedurende minstens twaalf maanden kunnen blijven voldoen.

  • Jaarrekeningen en winstbestemmingen per boekjaar.
  • Aandelenregister, inbrengakten en bewijs van volstorting.
  • Overzicht van de liquidatiereserves met afzonderlijke aanslagen en eerdere uitkeringen.
  • Actuele kasplanning, belastingschulden, investeringen en kredietaflossingen.
  • Besluitvorming, toepasselijke uitkeringstesten en tijdige aangifte en betaling van de roerende voorheffing.

Laat uw accountant de uitkeringsdatum en voorwaarden vastleggen. Zo vergelijkt u een werkelijk uitvoerbare uitkering in plaats van alleen twee fiscale percentages.

Bron: FOD Justitie: uitkeringen en bescherming van schuldeisers in de BV. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Alle inzichten

Deze website laadt geen advertentie- of analysetrackers. Functionele cookies onthouden of u de actiebalk of vertrekpopup al heeft gezien. De externe agenda van Calendly wordt pas geladen wanneer u die opent.

Plan uw kennismakingsgesprek

Past de agenda niet in dit venster? Open de agenda in een nieuw venster.

Voor u vertrekt

Ontvang de gratis gids: 5 fiscale fouten

Ontdek welke fiscale fouten zelfstandigen maken en welke stappen u kunt bespreken met uw adviseur.

Hoe wij uw gegevens verwerken